Harvey Esajas geeft openheid van zaken

ROTTERDAM – Kuip-bewoners.nl is een site met achtergrondverhalen over Feyenoord. De site scoort direct goed met een interview met Havey Esajas, die in de wetenschap dat de Helderse affaire is verjaard openheid van zake geeft. Hieronder het interview:

Amateurspeler Ronald Schouten van het Helders Elftal werd een gebroken kaak geslagen door een speler van Feyenoord. Voor deze zaak van eenvoudige mishandeling met zwaar lichamelijk letsel geldt een verjaringstermijn van 12 jaar. ‘Oké, dan kunnen we erover praten. Ik wil eerst zeggen dat ik het belachelijk vond dat we een oefencampagne hadden in Noord-Holland als Feyenoord zijnde. Dat is de regio van Ajax. Dat doe je toch niet? Ajax gaat toch ook niet oefenen in Ridderkerk of Barendrecht?’

Mag ik daarom vaststellen dat de sfeer rondom de wedstrijd tegen het Helders Elftal dan al sowieso slecht was? ‘Ja, dat zeker. Het begon de dag ervoor al met een wedstrijd in Ermelo. Daar gooiden ze al onze ramen in en wilden al die Ajax-supporters Van Gobbel en De Wolf te grazen nemen. In Ermelo speelden we ook praktisch naast een camping van Ajacieden. We oefenden gewoon aan de verkeerde kant. En ik kan het weten, want ik kom uit Noord-Holland.’

Hoe verliep de beruchte wedstrijd tegen het Helders Elftal? ‘Daar hing zoals je net al zei voor de wedstrijd al een vijandige sfeer. Ook daar werden we uitgescholden en geïntimideerd. En het Helders Elftal was zelf tevens opgefokt. Ze gingen expres hard door in duels, kwamen vaak te laat in, gingen spugen en ellebogen geven. Het was gewoon een harde wedstrijd. Dat moest je vooral doen tegen onze karaktervolle Feyenoord-ploeg.’

Hoe sloeg de vlam in de pan? ‘Er werd voor een overtreding gefloten. Wij kregen een vrije trap en Fräser wilde die bal pakken. Maar Fräser werd van achter geschopt door een gozer. Henk draait om en reageerde op zijn manier. Toen volgde er een opstootje tussen beide teams. Van Gobbel kwam aanrennen met een karatetrap, maar hij miste. Iedereen schrok. Ik was naar het opstootje gegaan om de boel te sussen. Maar die aanvoerder Ronald Schouten spoog mij in het gezicht. Ik ben op straat opgegroeid en ik deed dus meteen iets terug. Ik had toen als profvoetballer niet goed gehandeld. Maar ik raakte in paniek, want ik voelde mij bedreigd. Die klodder spuug was de laatste druppel. Ik handelde uit zelfverdediging. Toen ging die speler opeens neer. Het was nooit mijn intentie geweest om zijn kaak te breken.’

Wat gebeurde er na de wedstrijd? ‘Na de wedstrijd moesten we ons allemaal melden bij het bestuur. Dat was bij Jorien van den Herik, Wim Jansen en Hans Hagelstein. Toen werd gelijk gezegd dat de dader op staande voet ontslagen zou worden. Dat vond ik vreemd. Wij waren namelijk als saamhorige spelersgroep voor elkaar opgekomen. Ik herinnerde meneer Jansen ook aan Feyenoord – Real Madrid in 1965 in de eerste ronde van de Europacup 1. Coen Moulijn kreeg een doodschop. Meneer Jansen en heel Feyenoord vloog gelijk achter de dader aan.’

Wist iedereen binnen de club dat jij die klap had uitgedeeld? ‘Ja, iedereen wist het. Zeker na verloop van tijd. Maar ik had niet echt geslagen. Ik had mij verweerd met mijn armen en handen. Ik raakte in paniek.’

Moest je nog naar de politie? ‘Het vreemde was dat Mentink mij gelijk naar voren schoof als dader. Mentink was de advocaat van Feyenoord. Maar ik wist daar niets van af dat zij mij naar voren schoven. Het bestuur handelde zonder mijn medeweten. Maar de politie wilde mij horen als getuige. Zij dachten zeker te weten dat Van Gobbel de dader was. Zij wilden Van Gobbel als dader en mij als getuige. Terwijl de club mij als dader aanwees. Dit was verwarrend voor mij en de politie.’

Had jij het idee dat je als een soort zondebok door Feyenoord werd gebruikt? ‘Jazeker. Ik was net 18 jaar, een snotaap. Ik werd geslachtofferd. De leiding van Feyenoord en Mentink handelden niet in mijn belang. Ze hadden nog niet eens de volledige versie van mijn verhaal gehoord. Die advocaat was trouwens waardeloos. Tot de dag van de uitspraak bleef hij er maar op hameren dat ik de dader was. Ik werd gebruikt om Van Gobbel te beschermen. Hij was natuurlijk al international. Maar Van Gobbel had helemaal niets gedaan. Hij had die speler geen gebroken kaak bezorgd. Ik wel, maar uit pure zelfbescherming.’

Voelde jij wel steun van de spelersgroep? ‘De spelers die mij konden beschermen, verdedigden mij. De trainer had mij destijds ook verdedigd.’