Wereld volgens Jasper de Muijck (deel 25)

Wereld volgens Jasper de Muijck (deel 25)

ROTTERDAM – De Nederlandse school in Hongarije. Een mooie nieuwe uitdaging, kan je een wekelijkse column schrijven over je belevenissen in Hongarije als trainer coach uit de regio, was de vraag? Ik ga het weer proberen. Deze week technisch directeuren.

De kampioenscompetite is gestart; het normale ritme neemt het weer over van de winter-voorbereidingsperiode. De spelers zijn ook hier weer gewisseld van club en de transferperiode afgesloten. Het is voor mij nog steeds verbazingwekkend hoeveel wisselingen er midden in het seizoen zijn. De vraag voor mij is dan altijd: hebben de technisch directeuren hun selecties niet goed samengesteld aan het begin van het seizoen, zijn er echt zoveel lange blessures of is het gewoon opportunisme omdat het zo hoort?

Als trainer heb je er wel mee te maken. Als trainer ontwikkel je je eigen team gedurende het seizoen. En als je echt beleid voert, ontwikkel je je team gedurende meerdere seizoenen. In deze ontwikkeling is natuurlijk de ontwikkeling van de speelwijze voor een coach het belangrijkste. Maar niet alleen het voetbal ontwikkelt zich in een seizoen, ook de cohesie van het team binnen en buiten het veld, de zogenaamde hiërarchie. En daar zit nu, net midden in het seizoen, een gevaarlijke en vaak onderschatte factor als het gaat om succes. De nieuwe aankopen worden altijd gepresenteerd als noodzakelijk en als een verbetering. In de groep komen ineens nieuwe persoonlijkheden met hun eigen kenmerken. Deze komen in een bestaande hiërarchie en moeten hun plekje vinden. Als dit er één of twee zijn, is dit proces nog wel goed te begeleiden. Vaak zie je echter dat er meer dan twee aankopen bij komen. De coach moet deze spelers inpassen in zijn, ook al (hopelijk) behoorlijk ontwikkelde speelwijze. In de speelwijze zitten vaak vastigheden die niet zo opvallen, maar in de loop van het seizoen zijn ontstaan of ingeslepen. Nieuwe spelers weten die vaak niet en wijken, logischerwijze, af van de vastigheden. Ineens loopt het spel niet zo soepel meer als daarvoor. Het is net Domino Day, omdat er vaak hele ketens van vastigheden zijn in een team die minder gaan functioneren. De voorbereidingsperiode na de winter is vaak kort en ook komen er aankopen op de laatste dag binnen. Je hebt als trainer dus eigenlijk ineens twee startmomenten om je team te begeleiden in hun ontwikkeling in een seizoen. De valkuil voor een trainer is uiteraard om ervan uit te gaan dat het team bepaalde zaken weet en kent. Vaak wordt er niet opnieuw een start gemaakt, het zogenaamde herhalen van de basisafspraken. Als trainer weet je in de eerste seizoenshelft wat twee verschillende spelers op dezelfde positie voor verschil geeft in je speelwijze. Geen enkele speler is gelijk. Door zo wedstrijd-echt mogelijk te trainen met verschillende spelers op een positie, ontwikkel je je team en weet je de verschillen. Vaak zie je daardoor ook vaste wissels ontstaan in een seizoen, omdat je als coach de veranderingen die het teweeg brengt kan voorspellen.

Bij een normaal lopend teamproces gebruik je als coach eigenlijk in een soort volgorde een aantal leiderschapsstijlen en coachgedrag. Je zal bij de ontwikkeling van een team altijd moeten starten met instrueren. Iedereen moet dezelfde kapstok hebben om de speelwijze aan op te hangen. Als dit bekend is, kan je gaan coachen of bijsturen. De ploeg heeft vastigheden en deze kan je verder opbouwen, de spelers kunnen beslissingen nemen en keuzes maken omdat ze de basis weten. Als dit goed gaat en het team raakt meer op elkaar ingespeeld, kan je als coach je meer richten op samenwerken of participatie van de spelers; je kan de spelers dan steunen. Je kan samen keuzes en variaties in de speelwijze bespreken en de spelers mee laten beslissen in het teambelang. De laatste fase voor een coach is de fase waarin je kan delegeren. Het team functioneert, iedereen weet zijn taak en rol en de spelers corrigeren en helpen elkaar.

Het klinkt gemakkelijk, maar deze leiderschapstijlen gebruik je als coach door elkaar heen. Dit omdat de ontwikkelingsfases niet voor elk gedelte gelijk lopen, omdat het niet alleen de speelwijze betreft, maar veel facetten van teamontwikkeling behelsen. Bijvoorbeeld het omgaan met elkaar (zowel de staf als de spelers). Je kan wat betreft de speelwijze heel ver zijn, maar wat betreft respect en omgaan met elkaar nog in een totaal andere fase zitten. Dit eenvoudige model is vooral een leidraad om enig houvast te hebben, want een coach die een heel seizoen alleen maar instrueert heeft geen lange houdsbaarheidsdatum en een coach die alleen maar delegeert heeft geen structuur in zijn teams. Welke stijl je nodig hebt in welke fase hangt vooral af van hoe ver is de groep in taakgerichtheid en hoeveel aanmoediging hebben ze nodig, hoe zelfstandig zijn ze en hoeveel motivatie halen ze uit zichzelf of uit het team. Het is vaak interessant om te kijken hoe teams met elkaar omgaan in de loop van een seizoen. Ik ben nu vooral erg benieuwd hoe Dogan Corneille alles gaat managen bij Noordwijk, omdat daar ineens een bijzondere speler bijkomt in de wedstrijdselectie. De tweede keeper is al gestopt bij het eerste team, las ik. Wordt vast vervolgd. Ik persoonlijk heb ooit Adri van Tiggelen gevraagd om in te springen bij Oud Beijerland. We verloren die wedstrijd met 4-0 van Flakkee. Iedereen was onder de indruk dat hij ineens meedeed; ons eigen team nog het meest.

Tot volgende week, Jasper

Lees meer over de spelers: