Week door midden: Wim van Til

Week door midden: Wim van Til

Oud-voetballer van Feyenoord en Heracles beleefde afgelopen zondag een geweldige zondag toen zijn club de landstitel pakte. Ondanks dat hij ook voor de ploeg uit Almelo heeft gespeeld is hij meer een Feyenoorder. Tegelijkertijd bereidt de drieënzestigjarige sportdocent van het Albeda College, die nu ruim vijfentwintig jaar dit werk doet, zijn studenten voor op de Coen Moulijn Memorial Cup. Zij leveren studenten die op verschillende manieren hun steentje gaan bijdragen.

Tekst: Oscar van Bekkum

Kan ik u feliciteren met de overwinning van Feyenoord op Heracles?
‘Jazeker. Feyenoord is m’n club. En voor jou ook de felicitaties. Heel Rotterdam wordt zowat gefeliciteerd. Dat is terecht natuurlijk. Ik ben heel blij. We hoopten er met z’n allen al zo lang op, maar het gebeurde maar niet. Al strijd je er elk jaar voor, we wisten gewoon dat het heel moeilijk was de afgelopen jaren. Maar het is fijn dat het nu wel over de streep is getrokken.’

Ik hoor u nu zeggen dat Feyenoord uw club is. Maar u heeft bij beide clubs gespeeld.
‘Joh weetje. Ik heb maar enkele wedstrijden voor Heracles Almelo gespeeld. Vanaf m’n vijftiende zit ik al bij Feyenoord. Nu ben ik drieënzestig jaar. Dan is het wel even wat anders. Vanaf m’n zesde ging ik al aan de hand van m’n vader naar De Kuip toe.’

Hoe heeft u de wedstrijd gevolgd afgelopen zondag?
‘Ik landde zondag om 14:15 uur op Schiphol, nadat ik terug kwam uit Schotland. Meteen ben ik Feyenoord gaan volgen. Maar eerder dat we Schiphol uit waren stonden de Rotterdammers al met 1-0 voor. Dan loop je er wel trots rond. In Amsterdam.’

Tot de orde van de dag. De school leent studenten aan de Cup uit. Wat voor rol zullen zij allen vervullen?
‘De studenten zullen als scheidsrechter gaan fungeren. Er zullen vierenveertig scheidsrechters ingezet worden op ruim tachtig clubs. Zij moeten de wedstrijden begeleiden. Op het Albeda College worden deze leerlingen opgeleid tot spelleider en een soort coach. Ze kiezen niet allemaal voor de sport voetbal, maar dit soort wedstrijden moeten ze wel kunnen begeleiden.’

De Cup wordt nu voor de zesde keer georganiseerd. Hebben jullie bij alle keren studenten uitgeleend?
‘Nee. We zijn pas sinds een half jaar een samenwerking aangegaan met stichting Rotterdamse Sporticonen. We doen het dit jaar voor het eerst. Toen we net in gesprek waren stond de Deborah Gravenstijn Classic voor de deur. Bij die Classic hebben we enkele judoka’s uitgeleend. Heel veel meer kon toen niet omdat de gesprekken net liepen. Maar bij deze Cup, die tevens ook gelijk het grootste toernooi is van deze stichting, zitten we er volop in en lenen we heel veel studenten uit.’

Bij andere toernooien van Rotterdamse Sporticonen gaan jullie ook studenten uitlenen?
‘Als de stichting studenten nodig heeft, gaan wij ons inzetten om die te kunnen leveren. Wat een nadeel is is dat de toernooien vaak in het weekend zijn en onze studenten zijn ook allemaal wedstrijdsporters. Ook zij sporten in het weekend. Het is dan goed kijken hoeveel studenten we kunnen leveren. Maar we doen ons best.’

Waarom is het goed dat de studenten dit doen vindt u?
‘Ik vind het altijd goed als zij zich aanmelden als vrijwilliger. Ze investeren in tijd en moeite. Dat staat goed op hun cv. Dat is in het werk ook erg belangrijk. Maar vooral de ervaring die ze opdoen is heel goed. De oudere jaars bij ons in de opleiding moeten ook zelf evenementen gaan organiseren. Dan is de ervaring altijd nuttig.’

Is er een onderscheid te maken in de rol van scheidsrechter tussen een student en een volwassenen? Op welke manier?
‘Nee eigenlijk niet. Het zijn ook jonge volwassenen tussen de zeventien en twintig jaar oud. Sommigen zijn het al en anderen zitten er tegenaan. We hebben er ook studenten tussen zitten op een hoger niveau die de boel meer coördineren. Die zorgen ervoor dat iedereen op tijd op het veld is en de uitslagen op tijd op de juiste plek terecht komt.’

Hoe worden de studenten voorbereid voordat ze dit mogen doen? Wat krijgen ze mee?
‘Ze worden niet heel erg voorbereid. Wel moeten ze wat eerder op het toernooi aanwezig zijn. Ze krijgen dan een briefing met wat de bedoeling is van het toernooi. Verder worden ze vooral voorbereid in onze praktijklessen. Dan moeten ze een rol als scheidsrechter op zich nemen en de juiste houding aan gaan nemen. Ze krijgen dan feedback om te leren. Hoe is je houding, waarom maakte je die keuzes en sta je er zelfverzekerd? Dat soort dingen.’

Hoe staan de leerlingen er zelf in denkt u?
‘De leerlingen die ik tot nu toe heb gesproken vinden het een enorme uitdaging en leuk. Maar sommige leerlingen kunnen alleen een ochtenddeel omdat ze zelf ’s middags een wedstrijd spelen. Of juist andersom. Dat rouleert zich een beetje.’

U bent zelf sporter geweest. Wat geeft u de leerlingen mee vanuit uw ervaring?
‘Het belangrijkste is dat de leerlingen zichzelf blijven en met beide benen op de grond blijven. We proberen ze dat mee te geven en dat ze zich niet beter voor gaan doen dan dat ze zijn. Als je mensen in de sport gaat begeleiden kun je dat het beste volhouden door gewoon jezelf te zijn.’

Hoe kan de Cup verder groeien? Kan het nog groter of anders vindt u? Waarom?
‘Er kunnen altijd dingen beter. Bijvoorbeeld met de datum. Het komt niet helemaal uit, omdat onze leerlingen ook met hun eigen wedstrijden zitten. Zoals net gezegd. Die spelen bijvoorbeeld nu nacompetitie of hebben met andere sporten nog wedstrijden. Anders was de groep nog veel groter geweest om mee te kunnen draaien. Maar we komen er echt wel uit.’