Week door Midden: Jordi Wehrmann (Rotterdamse Sporticonen)

Week door Midden: Jordi Wehrmann (Rotterdamse Sporticonen)

Jordi Wehrmann is een 25-jarige student Sportmarketing & Management en studeert aan de Hoge School Rotterdam. Momenteel werkt hij aan zijn afstudeeropdracht in dienst van Rotterdamse Sporticonen. ‘Ik heb echt het gevoel dat ik mijn steentje kan bijdragen.’
Tekst: Olle Smits van Waesberghe

Hoe ben jij bij Rotterdamse Sporticonen terecht gekomen?
‘Ik heb eerder een project gehad in dienst van Rotterdamse Sporticonen. Zo heb ik Ardie den Hoed ook leren kennen. Hij is de baas van producent Fastforward die alle toernooien organiseert. Alles stond toen in de kinderschoenen en we waren bezig met een marketingcommunicatieplan. Hoe konden wij voor de Deborah Gravenstijn Classic de judowereld warm maken voor dat evenement. Het werd een groot succes, want we bereikten 15.000 mensen. Mijn afstudeeropdracht richt zich nu vooral op de vijf voetbaltoernooien die Rotterdamse Sporticonen organiseert. Mijn communicatieplan gaat vooral over het werven van nieuwe verenigingen voor die toernooien.’

Tijdens je ontmoeting met Ardie den Hoed was jij bezig met een project. Beschrijf dat project eens.
‘Wij kregen als projectgroep Rotterdamse Sporticonen toegewezen van school. Het was aan ons om contact te zoeken met de opdrachtgever, Ardie in dit geval. De stichting had eigenlijk nog geen website. We moesten het doen met de informatie die we van hem kregen. De kern van de opdracht luidde: “Hoe krijgen we zoveel mogelijk mensen voor de Deborah Gravenstijn Classic”. Hoe kan je deze mensen bereiken? Daar ging het om.’

En, geslaagd?
‘Zeker. Er zijn nu al aanmeldingen voor volgend jaar. Dat is een signaal wat aangeeft dat de vorige editie een groot succes is geweest.’

Je bent hier ongeveer een jaar bezig. Hoe ziet deze organisatie eruit?
‘Daar kan ik kort over zijn. De stichting bestaat uit een bestuur: Ed van Leeuwen, Pim Blokland, Wim van Aalst, Peter Goedvolk en uitvoerend producent Ardie den Hoed van Fastforward. De stichting heeft geen eigen personeel in dienst en heeft niet de intentie om een eigen professionele organisatie op te bouwen. Ze willen vooral aan de gang gaan met scholen en stagiaires.’

Want die zijn goedkoper?
‘Niet perse, maar zij moeten de verbinding zijn tussen generaties. Ook wil Rotterdamse Sporticonen iets terug doen aan de maatschappij.’

Noem eens een paar evenementen.
‘De Stefan de Vrij Cup, Coen Moulijn Memorial Cup, Jan Boskamp Cup en de Willem van Hanegem Cup. Maar ook de Regio Rijnmond Cup en de Provisie Brabant Cup.’

Voetbal je zelf ook?
‘Ja, ik voetbal nu bij DSO. Het is mijn eerste seizoen bij een andere voetbalclub. Hiervoor speelde ik bij FC Zoetermeer. Ik heb voor een vertrek gekozen, omdat het plezier in de selectie niet meer aanwezig was. Toen heb ik samen met wat vrienden gekozen voor een overgang naar DSO.’

Even terug naar Rotterdamse Sporticonen. Heeft de stichting potentieel?
‘Absoluut. Het bestuur heeft een zeer uitgebreid netwerk in Rotterdam en beschikt inmiddels over voldoende fondsen om de organisatie te voorzien. Hoe succesvoller de evenementen zijn, hoe meer mensen daaraan meedoen.’

Wat zijn jouw werkzaamheden?
‘Ik doe onderzoek naar de vijf voetbaltoernooien die de stichting organiseert. Ik ben nog bezig met een plan van aanpak, maar ik kan wel een tipje van de sluier oplichten. Ik ga een enquête maken en opsturen naar alle voetbalverenigingen in Nederland. Ik wil achterhalen of ze bekend zijn met Rotterdamse Sporticonen, zodat er nieuwe teams kunnen meedoen aan de evenementen. Het gaat er vooral om hoe de communicatie daarop afgestemd moet worden.’

Hoe ziet je onderzoek er concreet uit?
‘Mijn onderzoek bestaat uit een contextanalyse. Daarin beschrijf ik een algemeen beeld van de organisatie. Waar bestaat de organisatie uit? Hoe komen de financiën binnen? Daar wordt een beschrijving van de evenementen aan toegevoegd. Vervolgens ga ik opzoek naar interne en externe aanleidingen, die naar het probleem toewerken die de organisatie ondervindt.’

Wat is je verwachting daarvan?
‘De verenigingen zijn vooral actief op sociale media. Dat is een trend van de laatste jaren. Maar ik doe liever niet aan verwachtingen, want dat kan de onderzoeksresultaten beïnvloeden.’

Je kan toch altijd verwachtingen hebben, maar niet in je plan verwerken?
‘Dat kan, maar zover ben ik eigenlijk nog niet.’

Welke voetbalclubs kunnen een telefoontje van jou verwachten?
‘Dat is afhankelijk van wie de enquête heeft ingevuld. In de vragenlijst bied ik de mogelijkheid om gebeld te worden.’

Dit gaat over 2000 voetbalverenigingen in heel Nederland. Dat worden veel telefoontjes.
‘Ik hoef ze niet allemaal te bellen. Op basis van het kwalitatief onderzoek ga ik mensen nabellen. Het heeft geen zin om al die mensen op te bellen, want je krijgt vaak dezelfde antwoorden. Voor een onderzoeker is dat al reden genoeg om ermee op te houden.’
‘De Nederlandse competities zijn onderverdeelt in zes districten. We willen twee verenigingen van elk district opbellen om informatie te krijgen. Het idee is om een vergelijking te maken tussen verenigingen die weleens mee hebben gedaan en verenigingen die nog niet eerder hebben meegedaan. Die data wordt geanalyseerd in een systeem. Daarin kan je verbanden toetsen. Je kan dus onderzoeksresultaten analyseren, waar weer conclusies uitkomen. Een stukje advies hoe het er in de praktijk uit zal moeten zien.’

Ik zou me kunnen voorstellen dat je hier gek van wordt als je dit met tegenzin zou doen.
‘Het is een uitdaging. Ik heb bewust gekozen voor Rotterdamse Sporticonen, omdat het een stichting is die ik leuk vind. Maar je kan de organisatie ook echt vooruit helpen. Ik heb echt het gevoel dat ik mijn steentje kan bijdragen. Dat maakt mij erg trots.’