Uitgelicht: Ronald Klinkenberg (DCV)

Uitgelicht: Ronald Klinkenberg (DCV)

KRIMPEN AAN DEN IJSSEL – Niet dat hij het belangrijk vindt, maar Ronald Klinkberg solliciteerde zelf niet bij DCV. De voormalige speler en trainer van de Krimpense tweedeklasser werd voor de Kerstdagen gebeld met de vraag of hij wilde komen praten. “Verrassend en prettig, maar desondanks heb ik na een gesprek het bestuur van de club laten weten het niet te zullen doen. Ik zag nog te veel obstakels om terug te keren aan het Waalplantsoen. Maar zij namen daar niet direct genoegen mee en vroeg om een tweede gesprek. Daar begon het uiteindelijk toch te kriebelen en nadat de laatste twijfels waren weggenomen, heb ik besloten om het toch te doen.”

Klinkenberg klinkt enthousiast. De overeenstemming met DCV betekent de rentree van de oefenmeester in het amateurvoetbal. Daaruit verdween hij na zijn laatste jaar bij Capelle. “Ik heb een turbulente periode achter de rug, dus mijn eerste prioriteit was niet om een nieuwe club te vinden. Vervolgens vond ik een nieuwe werkgever waardoor ik het niet gepast vond om direct mijn schema aan te passen om maandag, dinsdag en donderdag te kunnen trainen en op zaterdag een wedstrijd te spelen. Nu alles weer stabiel was, was ik er weer klaar voor. Voetbal blijft altijd kriebelen. Ik ben de nooit van de velden weggeweest. Indien mogelijk kiezen Brian Nootenboom en ik wekelijk een wedstrijd en rijden daar heen. Werken, Bunschoten-Spakenburg, Katwijk of dichter bij huis, wij blijven liefhebbers. Nootenboom en ik hebben met elkaar samengewerkt en kunnen het goed vinden. We zaten beiden zonder club, dus het was en is nog steeds leuk om dan samen op pad te gaan.”

De Krimpense oefenmeester (55) benadrukt dat hij niet langs de lijn verkapt heeft gesolliciteerd. “Ik voel me niet te groot om te solliciteren, maar was daar in de afgelopen periode niet mee bezig. Ik ben ook niet het type dat vijftien brieven de deur uit doet en ziet wat er van komt. Ik vind dat een club bij je moet passen. Je wilt bij een vereniging niet alleen aan de slag, maar ook iets opbouwen en op den duur achter laten. Bovendien moet de basis goed zijn om ergens te beginnen. En in mijn beleving waren er nog wat zaken bij DCV die uit het verleden speelden, waardoor ik in eerste instantie dacht dat ik het niet moest doen. Raymond Kraaijbeek belde mij een paar weken geleden en sprak zijn twijfel uit over het al of niet vertrekken bij DCV. Hij is mijn assistent-trainer geweest en we hebben nog steeds contact. Toen hij besloot om na vier jaar in Krimpen te vertrekken, heb ik dat een moedig besluit genoemd. Vervolgens schijnt hij bij het bestuur te hebben geroepen dat ze aan ‘Klink’ moesten denken als ze op zoeken gingen naar een opvolger voor hem.”

“Ik weet niet of het de doorslag heeft gegeven, maar het zegt iets over de relatie die we hebben. Kraaijbeek heeft bij DCV iets neergezet en is toe aan de volgende stap in zijn loopbaan. Ik mag verder met deze selectie. Ik zeg bewust met deze selectie, want in de gesprekken met het bestuur van de club is naar voren gekomen dat er geen spelers mogen worden gehaald vanwege de financiën. De cultuur is veranderd. De club staat weer centraal en de beschikbare middelen worden anders besteed dan voorheen. Geen probleem, ik heb mij met dit contract geconformeerd aan dit standpunt. Bij Slikkerveer heb ik in het verleden ook zo gewerkt en zonder tegenzin. Ik ken bij DCV bovendien deze spelergroep. Sommige jongens ken ik al vanuit de jeugd van DCV. Anderen privé of via het tennis. De voetbalwereld is klein,” aldus de Krimpenaar die aan het Waalplantsoen tien seizoenen in de hoofdmacht speelde en zes jaar in de dug-out zat. Klinkenberg noemt zijn rentree in het amateurvoetbal overigens geen eerherstel. “Daar ben ik nooit mee bezig geweest. Ik heb andere prioriteiten gehad en de tijd was er nu rijp voor. Ik had het ook geen probleem gevonden om iets met jeugd te doen of in de organisatie van een club. Maar DCV kwam op mijn pad en het is DCV uiteindelijk geworden. En ja, en om heel eerlijk te zijn, ik vond het na de Kerst in de gesprekken steeds leuker worden. Er is een bepaalde dynamiek ontstaan, waar je als mens en trainer naar op zoek bent. Voetbal is geen werk, maar het kost wel zo veel tijd dat het leuk moet zijn. En ik vind het leuk om weer aan de slag te gaan.”

De eerste die hem na zijn benoeming feliciteerde was overigens Raymond Kraaijbeek. “Het is in de voetballerij dus zeker niet haat en nijd. Er groeien ook mooi dingen. Ik heb veel positieve reacties ontvangen en ik ben de laatste om te ontkennen dat je dat als mens en trainer geen goed doet. Vooral de felicitatie van een man was voor mij belangrijk. Mijn zoon speelt bij DCV. Als hij zijn vader niet als trainer had willen hebben, had ik er vanaf gezien. Maar hij liet weten naar een samenwerking uit te kijken. Prachtig.”