Real Parbo overweegt opheffing

Real Parbo overweegt opheffing

ROTTERDAM – Na afloop van de thuiswedstrijd zal het bestuur van Real Parbo komende zaterdag 1 maart op sportpark Nieuw-Vreelust vanaf 18.00 de toekomst van de club met de leden bespreken. De situatie is kritiek, waardoor fuseren en opheffing serieuze opties voor het seizoen 2014-2015 zijn. In een brief aan de leden legt het bestuur van Real Parbo onder aanvoering van voorzitter Harry Simonis de situatie uit.

“Voor het seizoen 2013-2014 stapelen zich de problemen op. De harde kern van Parbo verhuisde van het veld naar de zaal en zijn daar succesvol. Met een nieuwe trainer en een grote selectie konden we starten met twee teams op de zaterdag. De zondag had zich inmiddels versterkt met een aantal spelers en hebben een goede sponsor weten aan te trekken. Ze doen het heel goed en zijn geheel in het nieuw gestoken.

Met de senioren gaat het inmiddels slecht. We hebben in de winterstop afscheid van de trainer van het eerste elftal moeten nemen. Met wederzijds goedvinden zijn we uit elkaar gegaan. Kishore Mangre en Stokeley Maanster hebben zich bereid verklaard de training en de begeleiding verder te verzorgen tot het einde van het jaar. Het eerste en tweede team worden het gehele jaar al begeleid door Lloyd Wijnaldum en Romeo Weegman. Veel van de nieuwe spelers zijn inmiddels al weer vertrokken.

Het heeft geresulteerd dat wij ook in de winterstop het tweede team hebben moeten terugtrekken. Nu hadden we gehoopt dat wij een volwaardig eerste elftal op de been zouden kunnen brengen. Helaas is dat ook geen feit. Elke week moeten Kishore, Stokeley, Romeo en Lloyd hemel en aarde bewegen om een elftal op de been te krijgen. Het bezoek aan de trainingen is ver onder de maat en dat is toch het begin voor een goede wedstrijdbeleving.

Bijkomend probleem is dat de leden, niet allemaal, maar wel een fors aantal, hun contributie niet betalen. Voor de goede de veteranen, de zaalspelers en de jeugdspelers hebben hun verplichtingen voldaan. Het zijn de veldspelers, zoals zo vele jaren, die de contributie niet voldoen.”