Olle’s column: 1 op 1: De knollenvelden komen terug

Olle’s column: 1 op 1: De knollenvelden komen terug

Kunstgras, we raken er niet over uitgesproken. Eindelijk hebben spelers, trainers en journalisten zich duidelijk uitgesproken over dit onderwerp. Dat zijn dezelfde mensen die hun eigen mening inslikken zodra er een draaiende camera en iemand met een microfoon voor hun neus staat. Mediatraining heet dat. Eindelijk gaven deze slaven de figuurlijke middelvinger richting hun gezaghebbers en kwamen op voor hun eigen belang.

Het werd eens tijd voor deze doorbraak. Maar of je nu voor of tegen kunstgras bent maakt niet uit, want het is er al. Wat moet je er verder over zeggen? Neemt niet weg dat ik regelmatig mijn wenkbrauwen frons als ik een wedstrijd zie die op kunstgras wordt afgewerkt.

Zeg nu eens eerlijk, kunstgras is gewoon fantastisch. Topploegen gaan er anders op spelen, spelers breken hun poten en in een nog niet zo’n ver verleden zouden de korrels in het kunstgras ook nog eens kankerverwekkende stoffen bevatten. Beter dan dit wordt het toch niet meer, niet waar?

Helaas weten we allemaal dat het bijna onmogelijk is om kunstgras uit de Nederlandse voetballerij te verbannen. Kunstgras is namelijk voor de clubs die geen cent te makken hebben. Voor de arme sloebers. De onderklasse van onze voetbalmaatschappij. De rijken die zich wel een grasveld kunnen veroorloven komen nu in opstand tegen de armen en de armen kunnen geen kant op. Ach, zo zien wij Nederlanders het graag. De zwakkeren elimineren.

De wijsneuzen die denken dat het uitroeien van kunstgras dé oplossing is, lijden aan een verschrikkelijke vorm van tunnelvisie en overzien de gevolgen niet. Ze denken dat het zonder kunstgras beter wordt, maar het tegendeel is waar.

De zeven clubs in de Eredivisie die kunstgras hebben, krijgen er een prachtig knollenveld voor terug. We zullen terugkeren naar de tijden voor het jaar 2000. De bal zal alle kanten opstuiten, spelers zullen hun enkels breken over de molshopen en het welbekende polletje waar Hans van Breukelen bijna aan onderdoor ging, zal terugkeren.

En als klap op de vuurpijl zullen de arme clubs die hun knollenveld niet kunnen onderhouden, overspoeld worden door een vloedgolf van kritiek. De heersende media zullen er schande van spreken dat die arme zwervers niet het geld hebben om hun knollenveld fatsoenlijk te onderhouden. Ik verheug mij er nu al op. Laat de knollenvelden maar terugkeren!