Laatste Fluitsignaal: Rob Wassink

Laatste Fluitsignaal: Rob Wassink

ROTTERDAM – De scheidsrechter. Een niet te onderschatten onderdeel van het amateurvoetbal. Daarom wordt er op maandag op de website www.regiorijnmondvoetbal.nl naar de mening en ervaringen van de man of vrouw in het zwart gevraagd. Hoe heeft hij of zij de wedstrijd in het weekeinde beleefd? Was hij of zij zelf tevreden, hoe was de sfeer van de wedstrijd en hoe reageerden de beide elftallen plus het publiek op de leiding? Was de arbiter van dienst foutloos of toch kritisch op zichzelf? In samenwerking met SOM, Scheidsrechters op Maat. Dé database voor arbiters. Deze week: Rob Wassink.

Wedstrijd: FC Dordrecht 2 – PEC Zwolle 2

Klasse: B-poule

Plaats: Dordrecht

Naam sportaccommodatie: Riwal Hoogwerkers Stadion

Scheidsrechterstenue: Nike groen shirt, broek zwart, kousen zwart

Fluit: Fox 40 (plus we werkten met piepvlaggen

Aantal toeschouwers: Ongeveer 50

Eindstand: 0-1

Kaarten: Twee voor FC Dordrecht

Algehele indruk: snelle sportieve wedstrijd, leuk om naar te kijken als neutrale toeschouwer, een ieder tevreden na afloop geen kritiek.

Regiorijnmondvoetbal.nl staat goed bekend in scheidsrechtersland en dat leidt er wel eens toe dat ook één van de bekendere arbiters uit de stal van de KNVB zich graag voor een interview laat paaien. Rob Wassink, oud-betaald voetbal (assistent)scheidsrechter en nog altijd actief als topamateurarbiter en leidsman van beloftenteams floot afgelopen week in Dordrecht bij de reserves van de lokale FC en ging er eens rustig voor zitten om bevraagd te worden voor de wekelijkse rubriek Het Laatste Fluitsignaal op deze website.

“Ik ben al 43 jaar bezig in arbitrageland’, aldus Rob Wassink. “Het is iets wat een passie is en diep in mijn hart zit geworteld. Ik benader alles nog professioneel zoals de voorbereiding, assistenten benaderen, testen en toetsen bij bijeenkomsten enzovoorts. Elke wedstrijd geniet ik er weer van. Ik moet ook kunnen lachen in het veld. Leergierig zijn hoort er ook nog bij, ook op mijn leeftijd. Niet fluiten betekent bij mij altijd iets van….balen. Maar zolang alles het toelaat gaan we gewoon door het liefst op een hoog niveau.

Zijn leukste ervaringen tot nog toe waren divers. “In het betaalde voetbal waren dat de speciale wedstrijden zoals de Amstel Cup finale FC Twente-PSV, klassiekers en de derby’s. Dat waren wel de hoogte punten naast alle andere interessante wedstrijden. Als je 20 jaar lang op het allerhoogste niveau mag arbitreren (heb zelf ook nog een aantal wedstrijden gefloten in het betaalde voetbal zoals Excelsior-NAC, PEC Zwolle-NEC enzovoorts) en je mag ook vaak mee naar het buitenland (bijvoorbeeld Olympique Lyon-Blackburn Rangers om er maar één te noemen) dan kan je zeggen dat die periode een bijzondere periode was. Het is niet gewoon, niet iedereen haalt het betaald voetbal. Ik heb zo iets van ‘ik ben bevoorrecht geweest dat ik dit heb mogen meemaken en waardoor ik mij ook verder heb ontwikkeld’. Het is namelijk niet voor iedereen weggelegd. In het amateurvoetbal is elke wedstrijd een nieuwe uitdaging en een nieuwe ervaring. Entourage speelt ook een rol. De bekerwedstrijd RKSV Velsen tegen ADO’20 bijvoorbeeld met meer dan 1000 toeschouwers buiten de lijnen. En Velsen knikkert hoofdklasser ADO’20 uit de beker. En dan daar als scheidsrechter ook nog een leuke wedstrijd en goede wedstrijd fluiten. Vlak daarop Hoogland tegen Soest met 1200 toeschouwers om het veld. Met mooi weer een plaatje; heerlijk toch? En wat te denken van Gemert tegen OJC Rosmalen? Eveneens prachtig weer, de nummer twee tegen drie, 1500 toeschouwers, dá’s kicken gewoon!”

Rob Wassink: “Ik ga niet naar zoveel wedstrijden kijken maar ik stel bij de clubs weleens de vraag: ‘Hoe vindt u de arbitrage op dit moment?’. Vaak hoor ik dan dat clubs tevreden zijn en de verjonging ook zien plaatsvinden. Maar een ervaren iemand zien ze ook graag komen. De jeugd heeft echter de toekomst. Ik zie wel als ik een vierde official beurt heb jonge scheidsrechters en assistenten hun werk verrichten. Daar heb ik weinig op aan te merken, dat komt wat mij betreft wel goed in de toekomst. Voorwaarde om succes te hebben als jong talent is dat zo’n arbiter wel ‘coachbaar en leergierig moet zijn’ en uiteraard daarnaast een prima conditie moet hebben en de spelregels goed moet kennen.” Een wedstrijd in voetbalstad Dordrecht fluiten was volgens Rob Wassink leuk om weer eens te doen . “Dat was nostalgie. Hoe vaak ik daar wel niet ben geweest in die 20 jaar betaald voetbal?! Oude bekenden tegengekomen zoals Gerard de Nooijer en even lekker over het voetbalwereldje spreken. Ook de begeleiders van PEC Zwolle waren voor mij geen onbekenden. Alleen… een leeg stadion. Maar toch weer een hele leuke ervaring. Dit soort wedstrijden moet je uiterst serieus benaderen, ondanks het feit dat de ambiance stukken minder is.”

 

De verzorging door de ontvangende club was prima, aldus Rob Wassink. “Zoals een profclub betaamt. Alleen hadden ze gezegd dat de thuisclub in groen-wit ging spelen, maar dat was donkergrijs, dus wij snel ons groene shirt aangetrokken in plaats van het zwarte shirt. Dat was het enige ‘smetje’. Het was een sportieve en snelle wedstrijd, de sfeer was goed in het veld, met grote inzet van beide ploegen. De wedstrijd liep. Ik was duidelijk en consequent en was de wedstrijd aan het managen, waaronder het waar nodig contact zoeken met spelers. Er was vanaf het begin een goede verstandhouding tussen arbitrage, spelers en begeleiding.  Als ik iets van verbetering kan opnoemen in deze wedstrijd zou dat zijn, dat ik iets meer achter de aanval aan zou moeten lopen, dat gebeurde weleens niet. Twee gele kaarten voor Dordrecht. Een voor het neerleggen van een tegenstander na eerder al een vermaning te hebben gehad en de andere gele kaart voor het de bal zo wat het stadion uittrappen, de de 90ste minuut nota bene.”

 

 

Aan de lijst van bijzondere ervaringen was er na afloop van deze wedstrijd niets toe te voegen. “Want daarin gebeurde niets. Ik wil wel wat ervaringen delen, die mij best wel vaak overkomen. De mooiste vind ik altijd nog in het begin van de wedstrijd, dat een speler constant tegen je aan ouweneelt. Dat ben ik vaak al snel zat en dan roep ik de speler even naar me toe op een dood moment. Dan begint ‘ie weer en dan zeg ik op mijn beurt dat ik nu ga ‘communiceren en dat ‘ie zich nu met voetbal bezig moet houden’. “Hebben we dan een deal or no deal.” Meestal een deal maar even later misschien ook wel geel. Ze melden zich van zelf.

Of bij een gele kaart in het begin van de wedstrijd. ‘Scheids mijn eerste overtreding, wordt er dan gezegd’. Dan zeg ik ‘en je laatste hoop ik, want je moet nog 80 minuten voetballen en zorg er dan voor dat je niet je collega’s in de steek laat’. En dan die smile op het gezicht, hè?

En dan de trainers die een voorbeeldfunctie hebben: wegwerpgebaren, kritiek, schreeuwen. Dan ben ik er sneller bij dan mijn assistenten, de trainer (bank) mag daar geen ruimte voor krijgen. Dan sta ik gewoon bij de dugout met een lach op mijn gezicht en vertel dan dat ik geen coaching nodig heb, maar meer die gasten in het veld. ‘Kom ik weer dan ben je weg, ik hoop dat wij ook die deal hebben’. Op een gegeven moment gaan ze je kennen en dan weten ze genoeg. Je komt vaker bij de clubs…”

 

Een bijzonder voorval op spelregelgebied vond wel plaats. “Er brak bij bovenvermelde wedstrijd van een speler een veter van zijn schoen. Bleef haken in die van de tegenstander. Normaal gaat hij dan naar de zijkant maar ik heb hem in het veld de boel even laten repareren. Geen enkel bezwaar, maar spelregeltechnisch niet juist. Maar het kon, vond ik.”

 

Wel juist volgens de spelregels, maar iets wat niet bekend leek bij PEC Zwolle was de coachrichtlijn. “Op een gegeven moment waren er twee mensen staand aan het coachen bij PEC Zwolle, echter ik gaf aan dat dat er maar één mag zijn en er werd meteen gehoor aan gegeven. Goede sfeer, goede samenwerking, gewoon prima pot. Consequent zijn en vooral duidelijk zijn als scheidsrechter.. Dat hebben spelers snel genoeg door. Deze spelers zijn betaald voetbal spelers. Die zijn listig en proberen jou om de tuin te leiden. Dat is nu eenmaal het spelletje. Dat doorzie je heel snel bij een goede positie in het veld. Zo ook bij een situatie in het 16 meter gebied toen een speler van PEC Zwolle een penalty claimde. Stond er bovenop en hij moest mijn beslissing wel accepteren, want hij wist precies wat hij deed. Bij het langslopen lachte hij even naar mij en ik gaf hem een knipoog. Hij wist het dondersgoed.”

 

Rob Wassink is niet zo gemakkelijk te beïnvloeden. En hij bereid zich steeds op een professionele manier voor een wedstrijd voor.  “Ik heb zo mijn ritueel en dat begint al in het begin van de week door mijn assistenten te bellen hoe of wat. Ik heb zo mijn eigen voorbereiding: presentatie bij de club, de boel op scherp zetten in de kleedkamer en na afloop je weer presenteren en de administratie.”

 

 

Blauwgeel/Jumbo-Deso/ter Horst, een wedstrijd in de hoofdklasse in Veghel, staat binnenkort op het programma. “Een derby, omdat de afstaand tussen beide clubs maar 25 minuten is. Kortom lekker weer genieten en presteren, want dat is toch het allerbelangrijkste. Heb als scheidsrechter lol in je sport op welk niveau dan ook en probeer dat uit te stralen…. Ik fluit voor mijn plezier!”, zo besluit Rob Wassink.