De Taart: Spartaan’20

De Taart: Spartaan’20

PERNIS – De beroemdste bakker van de Regio Rijnmond, banketbakker Dekker uit Pernis, is in de voetbalwereld hard op weg om uit te groeien tot een fenomeen. Een fijnproever van het regionale amateurvoetbal en bovenste beste bakker. In een seizoen heeft Dekker er voor gezorgd dat zijn taart is uitgegroeid van een taart tot De Taart. Vers gemaakt en voor twintig personen wordt De Taart van bakker Dekker elke week met open armen en hongerige blikken ontvangen. Bakker Dekker was geen voetbalkenner, maar is langzaam maar zeker wel een echter liefhebber geworden. De Pernisser smulpaap kiest dus elke week als enige de bestemming voor zijn taart. Bakker Dekker komt vaak toch logische, maar soms ook tot verrassende keuzes voor de bestemming van zijn dagverse bouwsel. Deze week heeft de bakker, die in de race is voor Beste Bakker 2014, een hele nuchtere kijk op het leven. Dicht bij jezelf blijven en respect hebben voor de basis betekende dat hij een bijna zestig jaar oude Zwarte Piet van zolder haalde en in de speciale Sint-Nicolaas etalage plaatste. “Je mag beste vernieuwen, maar er moet ook respect blijven voor de basis,” aldus de Pernisser driesterrenbakker. “Om die reden gaat de taart ook naar Spartaan’20. De jeugd en opleiden is de basis van het amateurvoetbal in ons land. Een club uit Rotterdam-Zuid die de op een na beste jeugdopleiding van ons land heeft, verdient eigenlijk naast de prachtiger positie in de top honderd ook een Taart. Due hop, hop, hop, in galop naar de zwart-witten. Of mag dat binnenkort ook niet meer worden gezegd?”

Maikel van Pul nam als hoofd jeugdopleiding van Spartaan’20 de Taart aan de Olegaarde in ontvangst, maar schoof de lekkernij direct door naar de D-jeugd, die op dat moment aan het trainen was. Een deel van de selectie die in de hoogste landelijke divisie van ons land acteert, was net terug van een reis naar Brazilië waar het met wisselend succes deelnam aan de strijd om de Danone Cup. “Dat was een prachtige ervaring voor die jongens, ook al zijn ze in de achterhoede geëindigd. Maar ook dat hoort bij opleiden. De weg naar succes is nooit een rechte lijn.” Van de Pul heeft op basis van de elf regels verwoord is de Basis 11 een opmerkelijke uitspraak in petto. “Winnen is niet altijd het belangrijkste in opleiden. Bij Spartaan’20 proberen we jongens ook bij te brengen dat voetballen ook een zaak is van respect tonen voor de tegenstander, de scheidsrechter en het materiaal. Wij hebben een Spartaan’20-cultuur en dragen die ook uit. Er zijn zaken die bij de club niet worden geaccepteerde en bij opleiden van jonge voetballers hoort ook dat er grenzen en voorbeelden worden gesteld.”

Naar de presentatie van de lijst met de honderd beste clubs op het vlak van opleiden werd ook in Rotterdam reikhalzend uitgekeken. “We hebben de laatste jaren altijd op de tweede plaats gestaan, maar vorig seizoen hebben we minder gepresteerd en zakten we terug naar de vierde plaats. We hebben uiteindelijk het verloren gegane terrein weer goed kunnen maken en dat was prettig nieuws. We staan weer achter AFC, de beste opleiding van ons land is best groot. Daar zijn we natuurlijk tevreden over,” aldus Van Pul. De status van op een na beste jeugdopleiding van ons land kent overigens ook een keerzijde. Scouts van clubs uit het betaalde voetbal lijken soms rechtstreeks naar de Rotterdamse Oldegaarde te rijden om de kwaliteiten van jeugdspelers van Sartaan’2o te beoordelen. “Het lijkt soms ook wel wat gemakzuchtig. Spartaan’20 staat in de top honderd dus gaan we daar gewoon kijken, in plaats van in de regio naar talent te speuren. Je kunt mensen niet weigeren of verbieden om te komen kijken, maar soms zetten we wel eens onze vraagtekens bij de intenties en de manier waarop er met jongens wordt omgesprongen. We hebben wel eens een situatie gehad dat elf van de in totaal zestien jongens van de D-selectie in een week op stage waren bij een profclub. Dat is voor de vijf overblijvers niet echt motiverend, maar bovendien is het nauwelijks werkbaar. We gunnen ieder talent een overstap naar het betaalde voetbal, maar Spartaan’20 moet er in bepaalde situaties niet de dupe van worden. Als er een verzoek komt om in speler vroeg in het seizoen op stage te krijgen, heb je eigenlijk je werk als scout niet goed gedaan. Anders had die bewuste speler al wel bij de club gespeeld. We hebben goede afspraken met Sparta en die werpt aan twee zijden zijn vruchten af. Via Richard Grootscholten zijn de banden nauwer geworden en hebben inmiddels meer dan veertig jongens van de club de overstap naar het Kasteel gemaakt. Twee daarvan hebben vorige week hun eerste contract getekend.”

Op de lijst met spelers die vanaf de Oldegaarde de weg naar de top van het betaalde voetbal bereikten, werd onlangs Anwar El Ghazi bijgeschreven. Momenteel spelen er 22 voormalige Spartanen in het betaalde voetbal met een contract. Daar bovenop zijn er nog eens 56 voormalige Spartaan’20-talenten bij diverse clubs bezig om een contract te veroveren. “We hebben de laatste jaren 150 spelers verloren aan clubs. Dan is het eigenlijk fantastisch dat je de club met haar teams vaak op het hoogste niveau weet te houden,” aldus Van Pul. Namen als Luc Castaignos en Bruno Martins Indi die in 2013 de nieuwe kantine opende, springen uiteraard het meest in het oog. Het tweetal dat zijn basis aan de Oldegaarde opdeed, leverde Spartaa’20 door transfer veel geld op. “Dat is een prettige bijzaak als ze vanuit Rotterdam de top in Europa bereiken. We willen binnenkort iets met deze namen gaan doen. Het is ook een soort eerbetoon en niet te vergeten een visitekaartje voor de club. Een reden om trots op te zijn. Net als de titel nummer twee opleider van ons land.”