De Taart: Flip Bennik (SV Ommoord)

De Taart: Flip Bennik (SV Ommoord)

PERNIS – Elke week is er een goede reden waarom de vermaarde Pernisser banketbakker Johan Dekker de taart van de populaire website www.regiorijnmondvoetbal.nl maakt. Geen product uit de fabriek, maar een smaakvol product uit eigen bakkerij. De Taart van banketbakkerij Dekker is in de regio Rijnmond op basis van smaak, omvang en presentatie in zes maanden tijd uitgegroeid tot een begrip. Banketbakker Dekker had deze week een lastige opgave. SVDPW voor de tweede keer kampioen. VFC voor het eerst in 35 jaar weer champagne, bloemen en polonaise. Dubbeldam op weg naar honderd doelpunten, Sportclub Feyenoord op weg naar een perfect season. Verrassend was het antwoord van Dekker op al deze opties. “Nee, ze verdienen het stuk voor stuk, maar deze week is er een baas boven baas: Flip Bennik.” En zo gebeurde het. De Taart werd op de dag dat hij maar liefst negentig jaar oud werd.

Bennik mag zich de oudste materiaalman van ons land noemen. tot op zijn 89-ste jaar was de Rotterdammer nog verantwoordelijk voor de spullen bij zijn club, tweedeklasser SV Ommoord, waarvan hij maar liefst 77 jaar lid is. Bennik is een levende legende in de Rotterdamse wijk Ommoord. De jarig neemt de taart van bakker Dekker bij de buurvrouw in ontvangst. Bennik heeft een latrelatie met zijn Trijntje. In de Rotterdamse wijk IJsselmonde oog de jarige als een knappe zeventiger, die geen enkele moeite heeft om de verhalen uit het verleden op te diepen. Maar het heden is niet aan hem voorbij gegaan. Mister SV Ommoord heeft voor zijn negentigste verjaardag een extra grote telefoon gekregen. Hij weet de weg op de computer, internet is voor hem geen scheldwoord en de mobiele telefoon, zij het een iets ouder model, wordt door Bennik gebruikt als het al eeuwen oud is.

Bennik is een buitengewoon plezierig mens met een opgeruimd karakter en een prettige kijk op het leven. Als dertienjarige begon hij bij de voorloper van SV Ommoord, DDC. “Dat was de DOS, D&L Combinatie. We speelden aan de Abraham van Stolkweg op het gemeentelijk sportpark en verhuisden later naar een eigen veld op Laag Zestienhoven. Het was de tijd dat we op keillaarzen speelden en er nog een veter in de leren bal zat. Man we hadden in die tijd helemaal niets. Op de markt kocht ik oude, groene, gebreide legerhandschoenen en keepte daarmee. Die waren van wol dus als ze nat werden, waren ze drie maten groter. Man wat hadden we weinig en wat waren we met weinig gelukkig.”

Daaf Drok was de eerste trainer van DDC dat later opging in SV Ommoord. “Dat was mijn club. Die ben ik altijd trouw gebleven. Alleen in 1940-’45 werd er niet gevoetbald, maar verder ben ik al die jaren keeper geweest. Al die jaren hebben we in de vierde klasse gespeeld. Eerst in de RVB en later in de KNVB. Man, ik kan je niet vertellen hoe trots ik ben dat we van de vierde naar de derde en vervolgens naar de tweede klasse promoveerden. Wat een feest. Ik ben een van de weinig mannen van een oude foto in de kantine die daar over mee kan praten. De rest is er allemaal niet meer. En ik heb toch niets vreemds gedaan. Gewoon normaal geleefd. Dus niets gelaten. Ik heb geen idee waar ik het aan verdiend heb, maar ik geniet er van. Maar niet zonder voetbal. Trijntje en ik houden met alles rekening met SV Omoord. We gaan speciaal op zaterdag naar haar familie in Limburg, want de zondag is voor de club. Ja en dat doe ik allemaal met de auto. Geen centje pijn, gaat allemaal nog prima,” glundert Bennik.

Het voetbal uit zijn jeugd is volgens Bennik niet meer te vergelijken met het hedendaagse voetbal. “Anders en sneller. Vroeger hadden we twee van die grote gasten als backs. Mannen met van die stierennekken. Opbouwen deden die niet, weg was weg. Keeper droegen in die tijd nog wollen truien. Niks van die showbinken, zoals nu. Het fenomeen keeperstrainer was nog niet eens uitgevonden. Gewoon met de groep mee trainen als een van de elf. Ik zeg zeker niet dat het vroeger beter was. Het was anders. Maar ik zeker ook van het voetbal van deze eeuw genieten. Natuurlijk, ik ben een liefhebber. Zo lang de gezondheid het toelaat, ben ik tijdens trainingen en bij wedstrijden altijd bij de club. Ik ben blij dat ik het allemaal nog mag meemaken. Inclusief zo’n grote taart op mijn verjaardag. Man, ik voel mij op mijn negentigste helemaal jarig.”