De wereld volgend Jasper de Muijnck (deel 24)

De wereld volgend Jasper de Muijnck (deel 24)

ROTTERDAM – De Nederlandse school in Hongarije. Een mooie nieuwe uitdaging, kan je een wekelijkse column schrijven over je belevenissen in Hongarije als trainer coach uit de regio, was de vraag? Ik ga het weer proberen. Deze week:Kuipvrees.

‘Kuipvrees’, een veel gehoord woord weer deze weken. De druk die de Kuip met zich meebrengt. Vooral voor tegenstanders van Feyenoord, maar ook voor eigen spelers. Het is een ondergewaardeerd fenomeen in het topvoetbal: omgaan met de druk. De belangen worden, vooral financieel, steeds groter in het moderne voetbal. Elke wedstrijd moeten de spelers er weer staan. Elke wedstrijd moet gewonnen worden, vooral bij de topclubs. De spelers die dit moeten doen worden steeds jonger, met name in Nederland. Hoe maak je dat omgaan met die druk nou onderdeel van de opleiding?

Als er een sterke competitie is en er elke week strijd geleverd moet worden om bovenaan te blijven of in strijd met één concurrent voor de titel niet mogen verliezen, dan ontstaat er vanzelf enige druk. Deze druk is herkenbaar als je bij Ajax, PSV of voor de winterstop bij Feyenoord speelt. Het is een taak van de trainer om ervoor te zorgen dat bij jonge spelers het besef ontstaat dat ze elke training het beste uit zichzelf moeten halen. Vooral op jonge leeftijd moet dit een onderdeel van de opleiding zijn. Op de momenten dat je niet traint mag/moet je lol hebben met elkaar maar op het moment dat de oefening begint, moet het 100 procent. Zo leer je de spelertjes te ontspannen en te focussen. Het moet een normaal iets worden voor spelers wat in de speler zelf zit.

In elke oefening moet een uitdaging zitten. Dit kan zijn winst of verlies of een opdracht om een bepaald percentage goed te moeten doen. Vaak doe je dit met een beloningsstructuur. Daarmee leren spelers dat het altijd om de druk van het winnen gaat. Onderdeel van ons talentprogramma is stressmanagement. De sportpsycholoog helpt spelers wat voor hen de beste manier is om de rust of focus weer te vinden. Welke handelingen helpen je om in de juiste focus te komen. Vanuit bijvoorbeeld het tennis zijn de voorbeelden legio hoe toppers dit doen. Denk daarbij vooral aan Rafael Nadal, die een vast ritueel heeft voor elk punt om de juiste focus te hebben.

Je kan spelers dus gedeeltelijk voorbereiden op een bepaalde druk. Maar topvoetbal is andere druk. Terwijl ik dit schrijf speelt Feyenoord tegen AZ. De druk om een prijs te pakken voor Feyenoord is hoog. Ze moeten eigenlijk winnen. Het stadion is weer volledig uitverkocht met fans die verwachten dat er gewonnen en goed gespeeld wordt. De dagen ervoor gaat het nergens anders over. Begin er maar aan. De fans gaan ervan uit dat dit gewoon hun werk is en dus gewoon moet, maar dit is anders dan een kantoorbaan of een baan waarbij direct resultaat niet altijd aanwezig is. Het legioen dat zo fantastisch achter de ploeg blijft staan. Het legioen dat al jaren komt en het stadion steeds weer vult voor elke wedstrijd, dit seizoen zelfs met de oefenwedstrijden erbij. Het legioen dat elke keer met geweldige sfeer komt. Je voelt de verwachting van de tribunes komen voor de wedstrijd, de spanning, soms de twijfel en soms het cynisme. Als speler voel je dit uiteraard ook.

Als je als ploeg of speler in een flow zit dan weet je al dat je goed gaat spelen. In mijn tijd bij DOTO was er op een gegeven moment een flow waarbij we eigenlijk al wisten dat we weer goed gingen spelen en waarschijnlijk zouden gaan winnen. Hoe dat kwam en in stand bleef is nooit helemaal duidelijk. Het was wel zo dat iedereen wist wat zijn taak was en als ze dat deden het dan nooit slecht kon gaan en dat die dag een speler in vorm wel het verschil kon maken. Dat vertrouwen hielp erg mee. Voor Feyenoord is dat op dit moment lastig. Voor de winterstop leek het erop dat iedereen met hetzelfde idee op het veld stond. Echter, een paar nederlagen verder is het zelfvertrouwen van enkele spelers minder en dat heeft zijn weerslag op de ploeg. Als het even tegen zit, valt het broze vertrouwen zo omver. Het vraagt ervaring om altijd je ding te blijven doen, onverstoorbaar, daarvoor moet je van alles hebben meegemaakt. Het is daarom ook logisch dat spelers bij buitenlandse topclubs bijna allemaal boven de 23 jaar zijn en vaak rond de 28 jaar. Dan heb je van alles meegemaakt en word je onverstoorbaar. Uitzonderingen zijn er natuurlijk altijd, denk maar aan Lurling.

Michiel Kramer is ook een mooie uitzondering. Zijn karaktereigenschappen zorgen ervoor dat hij zeker niet in de war zal raken van een beetje druk. Ik heb hem ooit gebeld of hij niet terug wilde komen naar XerxesDZB, waar hij begonnen is. Zijn contract liep af bij Volendam, onbekend was het of hij daar kon blijven. Hij zei heel rustig: “Ik wil heel graag weer bij XerxesDZB spelen, maar ik zal slagen in het betaald voetbal en wacht tot laatste moment met beslissen”. En scoort hij de belangrijke tweede goal, waardoor Feyenoord naar de finale gaat. Mooi dat hij, die zoveel kritiek heeft gehad, het op het moment suprême gewoon doet.

Tot de volgende week, Jasper

 

Lees meer over club: Feyenoord
Lees meer over de spelers: