De wereld volgens Jasper de Muijnck (deel 19)

De wereld volgens Jasper de Muijnck (deel 19)

ROTTERDAM – De Nederlandse school in Hongarije. Een mooie nieuwe uitdaging, kan je een wekelijkse column schrijven over je belevenissen in Hongarije als trainer coach uit de regio, was de vraag? Ik ga het weer proberen. Deze week: trainingskampen.

Op dit moment zijn veel clubs op trainingskamp of er net van terug. Een zeer belangrijk moment aan het begin van de tweede seizoenshelft. Als trainer wilde ik altijd graag ook aan het begin van het seizoen optrainingskamp. Bij een nieuwe club vooral om je spelers sneller en beter te leren kennen en hen te zien in andere situaties. Voor de spelers ook een mooie gelegenheid om elkaar beter te leren kennen. In de drukke voorbereidingsperiode gaan spelers toch altijd snel naar huis na trainingen omdat ze vaak de volgende dag weer moeten werken en daardoor leren ze elkaar niet echt goed kennen. Een weekend bij elkaar zorgt altijd voor nieuwe kennis over elkaar. Als je al werkzaam bent bij een club is een trainingskamp handig omdat er nieuwe spelers zijn bij gekomen in je selectie en er spelers zijn weggegaan. De chemie, die altijd ontstaan is in een seizoen, verandert in je selectie. De groep kan de eerste ontwikkelingen doormaken om weer een hechte groep te worden.

Vaak organiseerde ik activiteiten om ze in wat extremer omstandigheden te brengen. Dit om te kijken wie er snel opgaf, wie er de leiding nam en wie een andere stimuleerde of wie afspraken niet kon nakomen. Mooie voorbeelden daarvan zijn een zeer vroege training in Papendal na een avond vrij stappen in Arnhem op de Korenmarkt. Elke speler wist dat er getraind zou worden. Het was hun eigen verantwoordelijkheid om te kunnen trainen de volgende dag en om op tijd te zijn. Het was de laatste dag van het trainingsweekend. Ik deed expres een kopspelletje en iedereen deed mee. Uiteraard werd er geklaagd, gevraagd of ik gek was, gemopperd, maar ook gezamenlijk besloten om het serieus te doen; iedereen zat een beetje in hetzelfde schuitje. De leiders, de volgers, de klagers waren redelijk duidelijk voor mij. Een extra vermelding verdient onze keeper die echt niet wist welke van de ballen die hij op zich af zag komen moest tegenhouden (we speelde er echt maar met één). Maar hij was er, stond er en gaf pas na de training op.

Een ander voorbeeld is dat ik een spelersgroep in een ruimte bij elkaar bracht en ze een gezamenlijke opdracht gaf om een vraag op te lossen. Iedereen kreeg een stuk van de oplossing, maar ze mochten deze alleen maar aan elkaar voorlezen. Ze mochten pas de ruimte verlaten (en gaan barbecueën) als ze de oplossing hadden. Ze moesten de gegevens combineren om een oplossing te vinden. De begeleiding werd gevraagd om stil toe te kijken en een aantal vragen aan het eind te beantwoorden over hoe de groep en individuen zich gedragen hadden. De kolen op de barbecue waren in ieder geval goed voorverwarmd voordat ze konden beginnen.

Wintertrainingskampen zijn een totaal ander fenomeen. Een aantal jaren terug sprak je daar met je spelers over hoe het ging en sprak je met hen of ze wel of niet konden/wilden blijven bij de club. Tegenwoordig begint de jacht op elkaars spelers steeds vroeger en is dit fenomeen een beetje naar de achtergrond gedrongen. Het is nog steeds een mooie gelegenheid om je spelers te spreken en in een rustigere setting te evalueren met elkaar (uiteraard zowel met spelers als staf). Afhankelijk van de doelstellingen aan het begin van het seizoen en het verloop van de eerste seizoenshelft zal ook het doel van het trainingskamp verschillen. In een andere omgeving een conditionele start maken van de voorbereiding op de tweede seizoenshelft en (vaak in het buitenland) in betere klimaatomstandigheden lekker trainen zijn logische doelstellingen voor een trainer. De voordelen van ze bij elkaar hebben in de voorbereiding gelden hier ook weer. De spelers kennen elkaar al goed in een selectie en de hiërarchie in de groep is bepaald gedurende het lopende seizoen. Het is meestal wel één van de doelstellingen van een trainer om de haarscheurtjes (bij een succesvol seizoen) of de conflicten (bij vaak een minder seizoen) in de groep op een andere manier aan te pakken dan tijdens het lopende seizoen.

Voorbeelden van waar ik aan terug denk bij trainingskampen in de winter zijn: We waren met DOTO op trainingskamp geweest in een warm Turkije. We stonden zonder puntverlies bovenaan in de eerste klasse, een zeer geslaagd trainingskamp waarbij de groep nog hechter geworden was (niet zo moeilijk als je succes hebt). Bij terugkomst moesten we twe dagen later tegen Vitesse Delft spelen in de kou op het toen nog kale complex met veel wind. We verloren. Het commentaar na de nederlaag vanuit het bestuur was niet van de lucht. Toch denk ik dat na die nederlaag het nut van het trainingskamp duidelijk werd; de groep ging zelf maandagavond met elkaar in gesprek en de trainingsintensiteit ging naar nog grotere hoogten. We verloren dat seizoen geen wedstrijd meer, zelfs nadat we al een aantal wedstrijden voor het einde kampioen waren, bleven we onze sportieve plicht doen en winnen.

Een ander en laatste anekdote komt vanuit een trainingskamp in het mondaine Marbella. Uiteraard zijn er altijd spelers die de grens niet weten, die onder het mom van een grapje de gevolgen soms niet overzien. Op een avond dacht een speler even grappig de brandblusser te gebruiken om iemand nat te spuiten. Helaas was het een poederblusser. Nadat we iedereen die al sliep uit bed gehaald hadden (niet zo goed voor je luchtwegen dat poeder) lag de dader op het kerkhof uiteraard. Niemand wist wie het geweest was. Hoe los je zoiets nou op was de vraag aan mijzelf. Uiteraard eerst met het hotel spreken over de eventuele schade en deze vergoeden. Ik besloot het eens anders aan te pakken. Na een bespreking met een deel van de staf werd het plan uitgevoerd. Na de lunch vertelden we de spelers en de rest van de begeleiding dat het hotel het héél hoog opgenomen had en dat er een Spaanse agent was gekomen om iedereen te ondervragen. Iedereen moest in de eetzaal blijven, in de kelder van het hotel. De spelers zouden één voor één geroepen worden door de iemand van de begeleiding om naar boven te komen. Een aantal van de begeleiding zou ook aanwezig zijn voor de steun en eventuele vertaling. Ik koos een aantal mensen van de begeleiding uit (toevallig alleen maar stafleden die in het complot zaten). Een aantal stafleden van het complot bleef bij de spelers om daar te kijken wat er gebeurde en eventueel te sturen.

We hadden gezegd dat ze hun paspoort bij zich moesten hebben. De eerste die we naar boven haalde was onze aanvoerder. Hij trof een lege ruimte en was uiteraard erg verbaasd. We maakte hem deelgenoot van de grap. Hij moest naar beneden gaan en zeggen dat er een dikke stinkende politieagent met snor zat, die allerlei vragen stelde over waar hij was geweest, met wie, hoe laat en dat hij zijn paspoort moest achterlaten. We overlegden ook met hem over ons volgende slachtoffer. We kozen een andere leider in de groep uit. Onze aanvoerder ging terug en de volgende kwam naar boven. We hebben vier spelers naar boven gehaald. Daarna haalden we de grootste grapjas van de groep naar boven, altijd bezig met voebalhumor en gezelligheid in de groep. Hem vertelden we dat hij naar beneden mocht gaan om de grap te onthullen aan de groep. We hadden inmiddels van de spelers die later naar boven kwamen gehoord dat er wel wat onrust onstaan was in de groep. De speler die het mocht gaan vertellen liep naar beneden en ging gelijk naar de “waarschijnlijke” dader en zei: ‘Jij mag nu want ze weten dat jij het was”. Daarna zij hij gelijk tegen de groep dat het maar een grap was. De groep had weer een verhaal om met elkaar te delen. Wij wisten wie de meest waarschijnlijke dader was. Uiteraard is alles met het hotel volledig opgelost. Ze vonden het nogal meevallen; andere teams hadden er blijkbaar in verleden een grotere bende van gemaakt dan wij met deze zogenaamde grap.

Tot volgende week, Jasper

 

 

Lees meer over de spelers: